Jonah Falke
Berichten uit Marokko
Berichten uit Marokko
25 januari 2026
Vlak voor vertrek hoorde ik de Amerikaanse schrijver Gay Talese (uit 1932) zeggen dat hij nog iedere dag de deur uitgaat in New York, hopend een gebouw of een persoon tegen te komen die het hele verhaal van de afgelopen eeuw vertegenwoordigt, of vertelt. Het klonk jaloersmakend en groots.
Het probleem van iedere schrijver is dat je je in het heden bevindt, je eigen lichaam en geest meezeult en vooral beperkingen als gereedschap hebt. Van gisteren bestaat hooguit een vermoeden, naar morgen is het gissen. Als fotograaf ben je gedoemd op te letten, maar kom je meestal te laat.
Maar toen was daar Tanger. De dagen komen er traag op gang, terwijl wat ogenschijnlijk tot het verleden behoort onverstoorbaar voortleeft. Het heden lijkt er langer te duren en groter te worden. Het is niet zoals de geschiedenis in Europa, die keurig achter museumglas ligt opgeslagen en voor de toerist is gestold. Hier zit ruimte in de lucht. De zon is fel en maakt alles scherp. De schaduwen zijn dicht en lang.
Als ik hier ’s avonds in de lift stap, de deur naar de straat dichtvalt en het rumoer verstomt, zijn het altijd de veelheid aan stemmen die nagalmen.
Je zou er je nieuwsgierigheid nog door verliezen, omdat het gewoon komt aanwaaien en mensen als vanzelf beginnen te praten. En weer is er hetzelfde dilemma als dat van een fotograaf; een die zijn tafel vol foto’s heeft liggen, maar zijn raam openzet en de hele handel door elkaar ziet waaien, zonder dat er een helder beeld overblijft.
Zoals niemand precies weet waaraan hij zijn heden te danken heeft, wordt dat in deze stad een nog groter raadsel. Minderheden vormen er samen het geheel.
De gevallene kan hier een prachtig pak dragen, de vorst er armoedig uitzien. Iemand kan met niets aankomen om te vertrekken met een hernieuwd gebit, een bijpassende huwelijkspartner.
Aan de ene kant barst het van kansen en onberispelijkheid; in de verte verrijst nieuwbouw. Aldaar gonzen wilde plannen voor de aanleg van een tunnel naar Spanje. Maar in het centrum zie je net zo gemakkelijk mensen gaten in daken provisorisch dichten met zeil, en zijn zwerfkatten, net als schoenpoetsers, kruiers en sigarettenhandelaren, nooit uit het straatbeeld verdwenen. Een eerste aanblik volstaat niet.
Om aan de algehele blindheid van het buitenstaander-zijn te blijven ontsnappen, zal ik morgen op zoek gaan naar een man van honderd jaar oud. Al decennia schijnt hij in een café aan Grand Socco te zitten en potjes te dammen. Hij werd geboren ten tijde van de internationale zone, en zag vanuit zijn ooghoeken bomen en generaties groeien. Hij behoort tot de oorspronkelijke bewoners, maar het is van hem, de uitspraak dat deze stad helemaal geen oorspronkelijke bewoners kent.
Berichten uit Marokko
10 januari 2026
Afgelopen winter, in december 2024, verbleef ik twee weken met mijn zwangere vrouw in Tanger. De komende drie maanden verblijven we er weer, ditmaal met een kind van een half jaar. Destijds kwam ik om een reportage te maken over bootvluchtelingen, verstekelingen die van Afrika naar Europa proberen te trekken.
Lopend door de smalle straten hoorde ik opvallend veel Nederlandse tongen, Vlaamse accenten, Fransen en Engelsen, en stuitte ik ook op het tegenovergestelde verhaal: zij die Europa de rug toekeren en aan een toekomst in Marokko beginnen. En daar is alle reden toe. In deze hoofdstad van de chaos heerst vooruitgangsoptimisme. De gemene deler van het vertrek is, volgens onderzoekers, of ook gewoon na een week met mensen spreken, dat men er klaar mee is om als tweederangsburgers behandeld te worden in Europa. Over de mensen, hun waardigheid, en de hoop zal ik een boek schrijven.
Het nieuwe jaar begon in Tanger zonder vuurwerk of drank, maar allerminst sleets; zonder al die truttige goede voornemens. Hier lijkt het gebruikelijker om je leven in te vullen zoals je je dagen slijt. Niets is morgen, alles vandaag. Ik heb nog nooit zoveel geschreven in mijn leven als hier. Of zoals Delacroix in 1832 schreef na zijn aankomst: “Il faudrait vingt bras et quarante-huit heures par jour pour rendre impression de tout ici.” Je zou twintig armen en achtenveertig uur per dag moeten hebben om een indruk te geven van alles hier. Ik ontwikkel een bochel van het schrijven, de nachten zijn kort en de dagen ook, maar dat neem ik op de koop toe.
Iedere ochtend is het onduidelijk wat er deze dag zal gebeuren. Het is het land van aangename verrassingen en onverwachte cadeaus. Wat het doel van het leven is, daar ben ik niet over uit, maar het gevoel hebben dat je leeft is een begin.
Zonder regelmaat zal ik hier de komende maanden een tipje van de sluier oplichten van het boek in wording.

