Jonah Falke
Berichten uit Marokko
Berichten uit Marokko
10 januari 2026
Afgelopen winter, in december 2024, verbleef ik twee weken met mijn zwangere vrouw in Tanger. De komende drie maanden verblijven we er weer, ditmaal met een kind van een half jaar. Destijds kwam ik om een reportage te maken over bootvluchtelingen, verstekelingen die van Afrika naar Europa proberen te trekken.
Lopend door de smalle straten hoorde ik opvallend veel Nederlandse tongen, Vlaamse accenten, Fransen en Engelsen, en stuitte ik ook op het tegenovergestelde verhaal: zij die Europa de rug toekeren en aan een toekomst in Marokko beginnen. En daar is alle reden toe. In deze hoofdstad van de chaos heerst vooruitgangsoptimisme. De gemene deler van het vertrek is, volgens onderzoekers, of ook gewoon na een week met mensen spreken, dat men er klaar mee is om als tweederangsburgers behandeld te worden in Europa. Over de mensen, hun waardigheid, de hoop en de teleurstelling zal ik een boek schrijven. En als bijvangst ook het morele failliet van Europa inzichtelijk maken. Rosa Luxemburgs woorden kunnen niet vaak genoeg herhaald worden: vrijheid verliest haar waarde als het een privilege wordt.
Het verdedigen van het recht en de democratie, het klinkt nobel en is noodzakelijk, maar vindt steeds minder weerklank in de wereld. Zoals de vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Kaja Kallas, onlangs nog in The Economist schreef: “Ik heb altijd geloofd dat het internationaal recht de basis is voor vrede. Dat is wat de EU voor mij vertegenwoordigt”, en: “Het verdedigen van de rechtsstaat is nog steeds een intrinsiek belang van iedereen, waar ook ter wereld. Het is een vergissing te denken dat we moeten kiezen tussen onze belangen en onze waarden.” Uiterst nobel, maar de woorden klinken steeds holler en hopelozer nadat Europa in Gaza de andere kant op bleef kijken en dat morele faillissement nog maar eens een zetje gaf. Wie voor het justitiepaleis in Brussel staat, krijgt ook het antwoord: al jaren staat het in de steigers.
Het nieuwe jaar begon in Tanger zonder vuurwerk of drank, maar allerminst sleets; zonder al die truttige goede voornemens. Hier lijkt het gebruikelijker om je leven in te vullen zoals je je dagen slijt. Niets is morgen, alles vandaag. Ik heb nog nooit zoveel geschreven in mijn leven als hier. Of zoals Delacroix in 1832 schreef na zijn aankomst: “Il faudrait vingt bras et quarante-huit heures par jour pour rendre impression de tout ici.” Je zou twintig armen en achtenveertig uur per dag moeten hebben om een indruk te geven van alles hier. Ik ontwikkel een bochel van het schrijven, de nachten zijn kort en de dagen ook, maar dat neem ik op de koop toe.
Iedere ochtend is het onduidelijk wat er deze dag zal gebeuren. Het is het land van aangename verrassingen en onverwachte cadeaus. Wat het doel van het leven is, daar ben ik niet over uit, maar het gevoel hebben dat je leeft is een begin.
Zonder regelmaat zal ik hier de komende maanden een tipje van de sluier oplichten van het boek in wording.

