Het weekend in,
met Erik Jan Harmens
(een wekelijkse selectie uit zijn dagelijkse blogs)
2026
DIEPVRIESWAARDEN (9 JANUARI)
Weerbericht: ‘Waarschijnlijk wordt het grijs regenweer, maar elfstedenvorst is niet compleet uitgesloten.’
Ik: ‘Wát, elfstedenvorst? Wordt het zó koud?!’
Weerbericht: ‘De temperatuur komt vanaf dinsdag waarschijnlijk niet meer onder nul. Maar dertig doorrekeningen komen ook uit op ronduit ijskoud weer. De kans op diepvrieswaarden is niet nul.’
Ik: Dertig doorrekeningen, zo veel? En die voorspellen ronduit ijskoud weer! Mogelijk zelfs diepvrieswaarden! Of nou ja, de kans daarop is niet nul. Als het niet nul is, wat is het dan wél?
Weerbericht: ‘Voor die dag staan er zoveel sneeuwsymbooltjes op de weerkaart, dat je de landsgrenzen van Nederland, Duitsland en België amper meer kunt zien.’
Ik: ‘We zijn verloren. Je kunt verdomme de landsgrenzen amper nog zien.’
Weerbericht: ‘Het hoeft maar een klein beetje te kantelen, of de kou komt weer onze kant op.’
Ik: We zijn verloren, als het maar een klein beetje kantelt.
Weerbericht: ‘Een ijzig koudefront ligt klaar om onze kant op te trekken, als de weergoden zo beschikken.’
Ik: Waar zijn die weergoden, zijn ze vatbaar voor een smeekbede?
Weerbericht: ‘Het wordt onstuimig winterweer in Nederland, zoals we afgelopen jaren zelden zagen.’
Ik: We zijn verloren. Er is geen hoop meer. Vaarwel iedereen. Het was een mooi leven.
EINDPUNT (2) (8 JANUARI)
Ik woon vlak bij de eindhalte van de bus. Steeds vraag ik me af of ik wel of niet op de knop moet drukken als we de een na laatste halte zijn gepasseerd.
Ik doe het altijd wel, maar wannéér druk ik? Soms doet iemand het net voor de denkbeeldige finishlijn, als de chauffeur al vaart aan het minderen is. Dan nog drukken vind ik amateuristisch.
Net nadat we de een na laatste halte zijn gepasseerd, is dan weer te vroeg. Dan ben ík er de oorzaak van dat al mijn medereizigers honderden meters lang naar zo’n fel rood licht moeten zitten kijken.
Ergens in het midden ligt de oplossing. Dat is meestal het geval, wat niet eenvoudig is voor iemand die alleen maar denkt in uitersten.
EINDPUNT (6 JANUARI)
Ik woon vlak bij de eindhalte van de bus. Steeds vraag ik me af of ik wel of niet op de knop moet drukken als we de een na laatste halte zijn gepasseerd.
Via de intercom wordt de naam van de laatste halte omgeroepen, met daaraan toegevoegd: ‘Eindpunt’. Toch voelt niet op de knop drukken als spelen met vuur, de bus kan immers de laatste halte gewoon voorbijrijden.
Het is niet gezegd dat hij stopt, immers: het eindpunt is ook weer het beginpunt.

