Mattho Mandersloot
Terug in Korea
Terug in Korea
22 februari 2026
Het is ruim dertien jaar dat ik – amper achttien jaar oud – voor het eerst vier maanden naar Korea vertrok. Een waagstuk dat rechtstreeks uit Kill Bill of Karate Kid leek gegrepen: ik ging in de leer bij een taekwondogrootmeester en niemand binnen het team sprak Engels. Fast forward naar vandaag de dag en ik verdien mijn brood met het vertalen van Koreaanse literatuur en ga zelf een boek schrijven over mijn ervaringen met het land, de taal en de cultuur. Om herinneringen op te halen en me weer net zo onder te dompelen als die eerste keer in 2012, verblijf ik nu zes weken in Korea. Hier doe ik af en toe verslag.
Een reis naar een vroeger thuis is als een weerzien met een oude vriend: het voelt meteen als vanouds en tegelijkertijd vraag je je af of er iets aan de ander is veranderd. Mijn laatste verblijf in Seoel duurde van 2019 tot 2021, toen ik de vertaalopleiding van het Literature Translation Institute Korea doorliep. En hoewel er in de vijf jaar da arna geen dag voorbijging dat ik niet met Koreaanse boeken of films bezig was, heb ik de stad niet meer met eigen ogen gezien. Voor een land dat bekendstaat om ongekend snelle vooruitgang, is vijf jaar meer dan genoeg om zichzelf in een nieuw jasje te steken. Leuk plan dus, herinneringen ophalen, maar wie zegt dat er nog iets van terug te vinden is?
Het straatbeeld van Seoel verandert rap: van de tientallen cafés en restaurants die ik op Naver Maps als favoriet had opgeslagen, zijn de overgebleven exemplaren op één hand te tellen. Het is me ook eens overkomen dat ik de grote aankondigingsbanner van een nieuw geopend café nog aan de gevel zag hangen, terwijl de tent zelf alweer was opgedoekt. Zo snel kan het gaan. Daarnaast blijven de nieuwste technologische snufjes doordringen in het dagelijks leven, waarbij menselijke interacties steeds verder naar de achtergrond worden verdreven: het merendeel van de horecagelegenheden heeft tegenwoordig een manshoog touchscreen bij de balie staan, niet alleen de fastfoodketens. Je nummertje wordt omgeroepen als je bestelling klaarstaat of – ook niet ongebruikelijk – het eten wordt door een robot op wieltjes naar je tafel gereden. Kleine winkels zijn in toenemende mate mu-in (letterlijk: mensloos, oftewel: onbemand) en ook de 24/7 robotbarista heeft zijn intrede gedaan, waar je je koffie krijgt aangereikt door een mechanische arm uit de muur.
Tot zover de veranderingen die meteen in het oog springen. Natuurlijk is er ook een hoop hetzelfde gebleven. Het uitzicht vanaf de Bukhansan, de 800 meter hoge berg ten noorden van Seoel, is nog even indrukwekkend als altijd. De Koreaanse winter is nog even onverbiddelijk koud – zo koud dat zelfs de Han rivier gedeeltelijk dichtvriest. En toch drinkt het ganse land iced americano, een tendens die in de volksmond bekendstaat als eol-juk-ah: een samentrekking van de zin ‘ook al sterf ik van de kou, doe mij maar iced americano’. De laatste K-pop hits – au moment de volledige soundtrack van Demon Hunters – galmen nog even vrolijk uit de speakers op straat, de mensen zijn nog even toeschietelijk en het metronetwerk nog even onberispelijk. (Het enige wat eraan is veranderd, is het deuntje voor als de volgende metro in aantocht is, na veertien jaar in gebruik te zijn geweest).
Met andere woorden, volgens mij komt het wel goed met mijn geheugen. Naast twee weken in Seoel ga ik onder andere op bezoek bij mijn oude taekwondomeester in Suwon en verblijf ik op plekken die veel voor me hebben betekend: Sokcho, Jeju en Busan. Off we go.

